Over de muziek: ‘Klassieke muziek heeft mij altijd aangesproken. Voor deze choreografie heb ik gekozen voor twee strijkkwartetten (nr. 3 en 13) van Dimitri Sjostakovitsj. De muziek van deze componist is voor mij zeer overheersend geweest.’ (Strijkkwartet nr. 3 in F, opus 73 en Strijkkwartet nr. 13 in bes, opus 138)
In dit werk gaat het meer om de invloed die het verval van machtsbolwerken heeft op de man in de straat. Een belangrijke rol speelt het indrukwekkende, spinachtige object dat boven de dansers hangt. (NRC Handelsblad)
Levenslust en dansdrift overheersen, maar worden van tijd tot tijd verscheurd door vlagen van neerslachtigheid. Hierbij gaat De Châtel heel esthetisch te werk, zelfs met opmerkelijk meer nadruk op elegante bewegingen dan anders. (de Volkskrant)
Door de kleurkeuze van kostuumontwerper Rien Bekkers heb ik voortdurend associaties met de bloedsomloop door het kloppend hart van een gepassioneerde danseres (Cathy Dekker in rood) temidden van drie paren in roze/blauw en pasteltinten. Weep, Cry and Tangle lijkt het verhaal van een ingekapselde vrouw die er alleen voor staat, zoekend en tastend naar houvasten om de onrust, de verwrongenheid in haar brein te bedwingen. …De vrouw in het rood trekt zich hoegenaamd evenals de andere dansers niks van het Stuyf-insect aan. Hun dans gaat immers voor en door. Een treffender zelfportret had De Châtel niet kunnen maken. (Trouw)
